Trefwoord

Zwijsenschool - Trefwoord -

Trefwoord van 2 oktober t/m 13 oktober 2017

Helden

Superman en Supervrouw, ze spreken tot de verbeelding. Ze kunnen dingen die gewone mensen niet kunnen en ze durven wat niemand anders durft. Eke ‘draak’ kunnen ze verslaan.

Helden zijn er altijd al geweest en zullen er ook altijd zijn.

Ook in de Bijbel komen we ze tegen. In de midden- en bovenbouw leren de kinderen Jozua als held kennen. Hij is de opvolger van Mozes. Met veel lef en moed neemt hij de leiding op zich om het joodse volk het Beloofde Land binnen te leiden. Een gebied vol gevaren en bedreigingen. En hoewel er soms stevig gevochten wordt in deze bijbelverhalen is de boodschap duidelijk: de toekomst win je niet met spierballen maar met vertrouwen en geloof. Jozua is een heel menselijke held: hij twijfelt en durft bang te zijn. Een held die gewoon en tegelijk heel bijzonder is. Die spanning herkennen kinderen ook bij zichzelf.

Kinderen in de onderbouw horen verhalen over de held Gideon.

In deze tijd vieren katholieken op 1 november hún ‘heldenfeest’. Dan is het Allerheiligen en dan denken we aan allen die ‘heiligen’ voor ons zijn: mensen die op een bijzondere manier hebben laten zien wat écht belangrijk is in de ogen van God en de mensen. Bij Sint Maarten wordt duidelijk dat je eerder een held bent als je je mantel deelt, dan wanneer je je zwaard voor het gevecht gebruikt. Vrijdag voor zijn naamdag op 11 november horen de kinderen over de heilige Martinus, beter bekend als Sint Maarten. Daarnaast brengen katholieken op 2 november op Allerzielen persoonlijk eer aan de mensen uit hun eigen kring die gestorven zijn, om ze als hun held of heilige nooit te vergeten.

De kinderen ontdekken dat ze niet de held hoeven te spelen, en dat niet iedere waaghals een ‘hero’ is. Ze leren aan de hand van voorbeeldfiguren uit de geschiedenis en in hun eigen leefwereld dat helden en heiligen ons inspireren omdat ze lef tonen, hun inzet en geloof tonen en geloven in zichzelf en anderen.

Hier ligt ook een mooie rol voor ons als opvoeders.

Ik vecht met elke krokodil.
Ik lust die beesten rauw.
Maar als mijn knie
een beetje bloedt,
dan val ik bijna flauw.

Ik draag een masker en een cape.
Ik ben een kei in knokken.
Maar... wie de schoen past...
trekt hem uit.
Ik ben een held... op sokken.